Alvorens op te gaan in het kerstfeestgedruis in Bollywood, nemen neef Simon, a.k.a. Steef, tevens beste vriend en tijdens deze reis mijn trouwe metgezel, en ik aan het eind van de middag letterlijk een detour door de sloppenwijken van Mumbai. Voor een klein stapeltje briefgeld is een taxichauffeur bereid ons Dheravi te laten zien, de beroemde sloppenwijk uit de film Slumdog millionaire. Raampjes dicht en deuren op slot. Dat wel.
Over armoede lezen in de krant is toch iets anders dan armoede zien. En ruiken. Helemaal op deze dag, met kerstavond voor de deur. De bedrijvigheid in een van de grootste slums ter wereld is enorm. De recyclingindustrie draait hier op volle toeren. De stank is overweldigend, riolering is afwezig. Men knokt om te overleven. Een onwerkelijke wereld glijdt aan ons voorbij. Alles wordt relatief.
Over armoede lezen in de krant is toch iets anders dan armoede zien. En ruiken. Helemaal op deze dag, met kerstavond voor de deur. De bedrijvigheid in een van de grootste slums ter wereld is enorm. De recyclingindustrie draait hier op volle toeren. De stank is overweldigend, riolering is afwezig. Men knokt om te overleven. Een onwerkelijke wereld glijdt aan ons voorbij. Alles wordt relatief.
Zwijgend kijken we uit het raam en tellen onze zegeningen. De met rollade, kalkoen, wijn, chips, bier, tapas, dessertijs, stoofpeertjes, enzovoort uitpuilende winkelwagentjes van onze opgefokte stadsgenoten in de Albert Heijn op de Amsterdamse Overtoom zijn ineens ver weg. Een andere wereld.
De door ons ingehuurde taxichauffeur vindt het echter allemaal wel vermakelijk. Hij kirt en giechelt onophoudelijk. “Look here, loads of people, haha”, kraamt hij op elke overvolle straathoek uit. Tsja. Een debiel lachende taxichauffeur op de voorbank en twee aangeslagen Amsterdammers op de achterbank. We laten ons terugrijden naar ons hotel in Colaba, waar we overstappen op een taxi richting het andere uiterste, Bollywood.