vrijdag 20 januari 2012

Raampjes dicht


Alvorens op te gaan in het kerstfeestgedruis in Bollywood, nemen neef Simon, a.k.a. Steef, tevens beste vriend en tijdens deze reis mijn trouwe metgezel, en ik aan het eind van de middag letterlijk een detour door de sloppenwijken van Mumbai. Voor een klein stapeltje briefgeld is een taxichauffeur bereid ons Dheravi te laten zien, de beroemde sloppenwijk uit de film Slumdog millionaire. Raampjes dicht en deuren op slot. Dat wel. 

Over armoede lezen in de krant is toch iets anders dan armoede zien. En ruiken. Helemaal op deze dag, met kerstavond voor de deur. De bedrijvigheid in een van de grootste slums ter wereld is enorm. De recyclingindustrie draait hier op volle toeren. De stank is overweldigend, riolering is afwezig. Men knokt om te overleven. Een onwerkelijke wereld glijdt aan ons voorbij. Alles wordt relatief.

Zwijgend kijken we uit het raam en tellen onze zegeningen. De met rollade, kalkoen, wijn, chips, bier, tapas, dessertijs, stoofpeertjes, enzovoort uitpuilende winkelwagentjes van onze opgefokte stadsgenoten in de Albert Heijn op de Amsterdamse Overtoom zijn ineens ver weg. Een andere wereld.

De door ons ingehuurde taxichauffeur vindt het echter allemaal wel vermakelijk. Hij kirt en giechelt onophoudelijk. “Look here, loads of people, haha”, kraamt hij op elke overvolle straathoek uit. Tsja. Een debiel lachende taxichauffeur op de voorbank en twee aangeslagen Amsterdammers op de achterbank. We laten ons terugrijden naar ons hotel in Colaba, waar we overstappen op een taxi richting het andere uiterste, Bollywood.  

Aankomst in Mumbai


Je kent het wel. Hoe je je voelt na een lange vlucht. Hoe je na ettelijke uren opgevouwen in een vliegtuigstoel hebt gezeten, weer rechtop gaat staan. En je verdwaasd en onwennig je eerste stapjes zet in een onbekende aankomsthal. Het liefst wil je zonder veel gedoe neerploffen op de matras in de gereserveerde hotelkamer.  

Niet dat ik zo’n globetrotter ben, maar binnen enkele minuten had ik in de gaten dat ‘organiseren’ en ‘orde’ geen Indiase kenmerken zijn. Chaos, tumult en wanordelijk geschreeuw zorgen ervoor dat reisgezel Simon en ik bruut worden gewekt uit onze zweefslaap. 

De douanebeambte is onverbiddelijk. De arrivalcard moet tot drie keer toe opnieuw worden ingevuld. Vervolgens wordt de door ons verstrekte informatie nauwkeurig bijgewerkt in een groot, dik, vergeeld boek. Boeken die we nog vaker zouden tegenkomen tijdens onze reis door India.

Gelukkig staat zoals afgesproken bij de uitgang onze chauffeur op ons te wachten. Nou ja, wachten.. Een werkwoord is hier niet op zijn plaats. We treffen een kartonnen bord aan met het opschrift: MR BOSMAN. Daarnaast een besnorde, slapende man. Onze chauffeur. Hallo. Goodmorning.

De taxirit naar downtown Colaba, bevestigt mijn eerste indruk; organisatie en orde hebben hier een andere betekenis. Gaspedaal en claxon dienen zoveel mogelijk gelijktijdig te worden bediend. Iedereen probeert elkaar zo hard mogelijk in de flank te rijden. Een soort chicken game. Wie toch op de rem trapt, is de loser. Er is wel een bepaalde rangorde: riksja’s zijn het laagst, daarna de taxi’s, en de dikke auto’s van de miljonairs blijven veelal buiten schot.

Na een waanzinnige rit van bijna drie uur bereiken we het hotel. Accommodatie is een beter woord. ‘Hotel’ wekt toch een bepaalde verwachting. Het is een half vergaan gebouw, dat koloniaal aandoet. Veel personeel, weinig gasten. En de matras? Dat is schrikken. Een met mdf-platen afgetimmerde verhoging met daarop een dun laagje schuim. Een heel dun laagje.